Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

133 Eurabië in de Schilderswijk

Mijn lijfblad bericht vandaag dat een als de Driehoek aangeduid stukje van de Haagse Schilderswijk, een buurtje met enkele honderden gezinnen, zich ontwikkelt tot “… een enclave van orthodoxe moslims. Er wonen meer orthodoxe moslims bij elkaar dan elders in de stad en zij willen hun regels ook op straat toepassen.” ’t Lijken verdorie net Hollanders, denk je dan toch onwillekeurig even.

zaterdag, 18 mei 2013

Maar Trouw gebruikt termen als ‘sharia’ en ‘kalifaat’ om de situatie te kenschetsen en meldt dat dit buurtje één van de plekken was waar “de leden van de radicale en als terroristisch aangemerkte Hofstadgroep bijeen kwamen”. Dat klinkt angstaanjagend, en dat is vast ook de bedoeling, maar ’t zegt intussen niets. Wat gebeurt er nú zoal, en hoe erg is dat?

De krant citeert Wilma (die mogelijk anders heet want “veel mensen wilden of mochten niet bij hun (volledige) naam worden genoemd, omdat ze bang waren voor represailles …”) :

Mijn zoon van achttien heeft al een aantal keren de term ongelovige of kafir naar zijn hoofd geworpen gekregen, omdat hij een sigaretje op straat opstak. Mijn dochter heeft het nog zwaarder. … Mijn dochter moet ik telkens als ze zich aankleedt, waarschuwen dat het niet te opvallend of te bloot is. … Ze heeft geregeld een preek gekregen van gesluierde moslimvrouwen die hun afkeuring uiten. …

Schelden geeft geen pas, laat dat duidelijk zijn. Maar laten we wel beseffen dat uitgescholden worden voor veel allochtonen daagse kost is. Je hoopt altijd dat mensen met nare ervaringen in een achterstands- of minderheidspositie, daarvan leren en ánderen in het omgekeerde geval die ervaringen besparen. Maar zo werkt dat niet.

Angst voor represailles is een ernstige zaak, zeker als “veel mensen” die angst hebben. Maar zolang we niet weten of die angst reëel is, en daarover zegt het stuk niets, is onduidelijk wie we die angst moeten verwijten. In het stuk komen drie mensen voor die iets negatiefs melden en dus in werkelijkheid mogelijk anders heten dan in de krant. Eén, twee, veel …?

In de buurt zijn cafés en cafetaria's te vinden, maar in de Driehoek wordt geen alcohol geschonken, niet gerookt en alleen halal geserveerd. Varkensvlees is verboden. Iedereen moet zich daaraan houden. In buurtcentra, die eigenlijk voor algemeen gebruik zijn en waar bewoners activiteiten kunnen houden, zijn ook geen alcohol en varkensvlees toegestaan. Allemaal ongeschreven wetten die zijn opgelegd door de meerderheid, waar de minderheid vervolgens voor buigt.

Een café zonder alcohol is natuurlijk een trieste zaak, maar we hebben het hier wel over een taartpuntvormig buurtje met een lengte van enkele honderden meters. Zou je er meer dan vijf minuten moeten lopen om wel een café met alcohol te vinden? En een cafetaria of buurtcentrum zonder varkensvlees valt toch moeilijk aan te merken als een serieuze inbreuk op de leefbaarheid. Veel belangrijker is de vraag hoe dat verbieden in zijn werk gaat. Staan er knokploegen klaar om varkensvleesverkopers een lesje te leren? Of is het toch eerder een kwestie van gebrek aan vraag en van gasten die niet zouden komen als er zaken op het menu staan die zij haram achten – een kwestie dus van aanbod dat zich richt naar de vraag omdat er anders niets te verdienen valt? Die vragen blijven helaas ongesteld.

De Antilliaan Virgil laat zijn hond, net als anderen in de buurt, tegenwoordig elders uit. Hij voelt zich “weggejaagd” door mensen die zeggen geen honden te willen omdat die onrein zijn. Dat die mensen dat zeggen, en er soms nog bij schijnen te dreigen ook, is beslist onaangenaam. Maar de Driehoek kent nog geen vierkante meter park, dus zonder poep op straat kún je daar je hond niet uitlaten. En poep op straat is overal verboden. Dat Virgil en die anderen een plek uitzoeken waar ze hun hond wel kunnen uitlaten zou dus niet meer dan normaal moeten zijn. Zo’n geval maakt je wel benieuwd naar het verhaal van de mensen die Virgil boos toespraken over zijn hond. Ging het inderdaad om die hond? Of waren ze – terecht – de poep op straat zat? Over pogingen dat verhaal te horen zwijgt de journalist.

Dan is er Wesam die vertelt van een buurvrouw die de politie afstuurde op een buurhuis waar een vrouw door haar man mishandeld leek te worden: “Toen de surveillancewagen de straat inreed, stonden allemaal baarden en djellaba’s voor onze portiek. Ze keken boos, maar bleven rustig en standvastig. De politie probeerde naar binnen te gaan om te kijken wat er in dat huis gebeurde, maar de agenten werden kalm gemaand om weg te gaan. We lossen het zelf wel op, zeiden de mannen tegen de agenten. Dit is onze straat, onze buurt en dit is ons probleem.” De politie liet zich niet intimideren, maar de vrouw bleek niets te willen verklaren. “Misschien heeft de komst van de politie haar in zoverre geholpen dat de ruzie stopte, maar wat gebeurt er met deze buurt als de politie straks niet meer naar binnen durft?” vraagt Wesam zich af.

Dat laatste moet er beslist niet van komen. Dát zou een reden voor zorg zijn. Maar zolang de politie wel naar binnen durft is er in dit wijkje niets meer aan de hand dan overal elders. Je vraagt je wel even af hoe die “baarden en djellaba’s” wisten dat de politie in aantocht was. Of wisten ze dat niet, en kwamen ze op het rumoer in huis af? ’t Zou getuigen van een buurt waar mensen zich om elkaar bekommeren, en daar zou je misschien ook gewoon verheugd over kunnen zijn. ’t Is het enige voorbeeld niet van een geval waarbij de journalist wel eens wat had mogen doorvragen.

En ten slotte leren we nog dat er in de Driehoek weliswaar enkele jeugdbendes actief zijn die eerst als crimineel te boek stonden maar nu slechts “overlastgevend” heten. Hafiz, een “straatjongen” met een strafblad, laat weten dat hij zich in de buurt netjes gedraagt uit respect voor de “ware gelovigen die zich houden aan de regels van de islam”. ’t Is dus waarachtig niet alleen kommer en kwel daar. Volgens de schrijver komt dat door de aanpak van de politie, maar het verhaal van Hafiz suggereert toch iets anders.

Kortom, dit stuk in Trouw roept een beeld op van een buurt die door salafistische moslims geterroriseerd wordt, maar als je beter kijkt naar wat er nu echt te vertellen lijkt, valt het allemaal erg mee. Een paar uitwassen in het intermenselijke verkeer van het type dat je in elke buurt kunt vinden, en een concentratie van orthodoxe moslims die gevolgen heeft voor de economie van de buurt en daarmee dus ook voor niet-islamitische buurtgenoten. Een buurt dus waar de overal elders geaccepteerde rollen zijn omgekeerd. Als de niet-moslims hier extra medeleven verdienen – en dat is een groot “als”, want uit het stuk blijkt dat nergens – dan geldt precies datzelfde voor wél-moslims elders. En dat is precies wat Meryam – een van de twee orthodoxe moslims wel die geïnterviewd zijn, en waar geen onvertogen woord uitkomt – zegt: “Jazeker, de meerderheid bepaalt. Daar is deze samenleving, deze zogenaamde democratie, op gebouwd. Maar, o wee, als ergens een andere of vreemde groep de meerderheid wordt. Dan geldt de regel dat de meerderheid bepaalt opeens niet meer.”

De Tweede Kamer schijnt met spoed over deze onrustbarende misstand te gaan praten. Ik wens de dames en heren veel wijsheid.