Bart Voorzangers weblog

top

volgend

overzicht

71 Rouvoet en het groepsdenken

Marokkanen of moslims aanspreken op het gedrag van Marokkanen of moslims is net zo onzinnig als het ooit was om Nederlanders aan te spreken op de apartheid (niet toevallig een Nederlands woord immers) in Zuid-Afrika, of joden aan te spreken op het wanbeleid van de Israëlische overheid. Zulk aanspreken maakt geen onderscheid tussen toevallige verzamelingen, en groepen met een gedeelde verantwoordelijkheid.

maandag, 13 december 2010

‘André Rouvoet vindt dat het Contactorgaan van Marokkanen in Nederland duidelijk stelling moet nemen tegen bedreigende en discriminerende uitingen vanuit de Marokkaanse achterban tegen joodse Nederlanders’ schreef Trouw vanochtend, en Rouvoet citeert die krant zonder commentaar op zijn eigen site.

Ik heb even wat gegoogled, maar een Contactorgaan van Marokkanen in Nederland kon ik niet vinden. Wellicht bedoelt Rouvoet het Contactorgaan Moslims en Overheid, CMO, of de Unie van Marokkaanse Moskee-organisaties in Nederland die lid is van dat CMO? Voor het principe maakt dat overigens weinig uit. Rouvoet vindt dat mensen stelling moeten nemen tegen gedragingen van anderen met wie ze een of meer toevallige kenmerken delen. Heeft dat zin?

Veel helpen zal het niet. Om wie het Rouvoet ook precies gaat, de schuldigen zullen zich weinig gelegen laten liggen aan het oordeel van leden van zo’n officiële instantie. Ze voelen zich daardoor – en terecht – in geen enkel opzicht vertegenwoordigd. Het is dan ook volstrekte onzin om ze aan te duiden als ‘de Marokkaanse achterban’.

Er is een wezenlijk verschil tussen verzamelingen waar je op grond van een of meer toevallige kenmerken bij wordt ingedeeld en groepen waar je door eigen keuze lid van wordt, of blijft. Sociologen hebben daar vast vaktermen voor. Ik behelp me met de hier gebruikte.

Landen en bedrijven zijn voorbeelden van een groep in de hier beoogde zin. Zo’n groep heeft een gezamenlijk doel en een eigen leiding die de groep vertegenwoordigt en verantwoordelijk is voor het functioneren ervan. Als leden van zo’n groep zich als lid van zo’n groep misdragen heeft het zin dat de leiding ingrijpt, zich verontschuldigt tegenover de getroffenen, stelling neemt tegen het gewraakte gedrag en zo mogelijk de daders aanpakt. Als staatsburgers of diplomaten zich elders vergalopperen of als een vestiging van een bedrijf ergens een milieuramp veroorzaakt, mag je van een regering, een bedrijfsdirectie verwachten dat ze stelling nemen – en liefst ook maatregelen.

Voor een verzameling, die louter in termen van een of meer gemeenschappelijk kenmerken is gedefinieerd, ligt dat alles beduidend anders. Marokkanen in de zin van ‘mensen met een Marokkaanse achtergrond’ is een voorbeeld van zo’n verzameling. Alles wat de leden daarvan bindt is dat zij, of hun (voor)ouders, in Marokko geboren zijn. Niemand kan zich met enig recht opwerpen als hun vertegenwoordiger of woordvoerder, laat staan als hun leider. Er is dus ook niemand die kan worden aangesproken op het gedrag van een of meer leden van zo’n verzameling.

Hoe je in dit verband over aanhangers van een religie moet denken, is misschien even de vraag. Christen of moslim ben je zolang je bepaalde dingen gelooft – een bepaald kenmerk hebt – dus zullen we christenen en moslims moeten opvatten als verzamelingen, en dat betekent dat er geen instanties zijn die kunnen worden aangesproken op het gedrag van een of meer individuele christenen of moslims. Kerken zijn wel groepen in de hierboven omschreven zin; je wordt er lid van en bindt je daarmee aan van alles, en je kunt je lidmaatschap ook weer opzeggen. Dat de leiding van de katholieke kerk wordt aangesproken op het gedrag van haar medewerkers, zoals nu bij de vele misbruikschandalen gebeurt, is dan ook heel verdedigbaar. Maar het zou onzin zijn te eisen dat christenen (in het algemeen) stelling nemen tegen dat misbruik.

Hoe het precies zit met moskeeverenigingen, weet ik niet. Zouden de uitingen van antisemitisme waar Rouvoet zich (terecht) tegen keert, afkomstig zijn van leden van zo’n vereniging, dan heeft het beslist zin de bestuurders ervan op te roepen dat gedrag publiekelijk af te keuren. Maar ik zit er vast niet ver naast als ik beweer dat dit voor de meeste rotjongetjes die antisemitische leuzen en bedreigingen roepen, joodse gebouwen bekladden, en landgenoten met een keppeltje belagen, niet opgaat. Die zijn helemaal nergens lid van.

Hoewel, ze zijn in elk geval staatsburger, en in verreweg de meeste gevallen zelfs Nederlands staatsburger. Rouvoet kan dus in elk geval één instantie oproepen stelling te nemen tegen hun gedrag: de Nederlandse regering. Die regering is verantwoordelijk voor de wetshandhaving, en daarmee ook voor de bescherming van onze joodse landgenoten tegen antisemitische uitingen en antisemitisch geweld. En ze is tevens verantwoordelijk voor het onderwijs dat duidelijk tekortschoot waar geboren en getogen Nederlanders kennelijk geen onderscheid weten te maken tussen de staat Israël (waar hun afkeer met recht op gericht is) en joodse Nederlanders die met die staat niets meer te maken hebben dan willekeurig wie anders.

Laat ik eerlijk zijn: het koste me toch even moeite mijn joodse landgenoten hier niet op te roepen nu eens eindelijk massaal afstand te nemen van die krankzinnige muur, die misdadige nederzettingen, en het moorddadige beleid van de Israëlische overheid, maar die oproep zou al even onzinnig zijn als die van meneer Rouvoet, en om precies dezelfde reden.